Geboren te Brugge op 29 mei 1945 groeide hij op in een Vlaamse middenklasseomgeving. Na zijn middelbare studies aan de De FrĆØres en het Sint-Lodewijkscollege in Brugge zette hij in 1963 zijn eerste stappen in het academische leven aan de Rijksuniversiteit Gent, waar hij zich inschreef voor de studie Handelswetenschappen.
Zijn licentiaatsverhandeling uit 1967, getiteld ‘De omloopsnelheid van het geld: theoretische begripsbenadering en praktische toepassing in BelgiĆ«', trok de aandacht van de jury van de Internationale Jaarbeurs van Vlaanderen, die hem in 1968 de eerste prijs toekende. Deze academische erkenning opende deuren naar internationale vorming. Hij verkreeg de kans om zijn studies voort te zetten aan de Wharton School van de University of Pennsylvania, een van de meest prestigieuze instellingen voor economisch onderzoek ter wereld.
Tijdens zijn periode in Philadelphia werkte Van Rossem onder begeleiding van Lawrence Robert Klein, een econoom wiens werk aan econometrische modellen hem in 1980 de Nobelprijs voor Economie zou opleveren.
Na zijn terugkeer naar Belgiƫ combineerde Van Rossem twee parallelle activiteiten. Enerzijds bouwde hij een succesvol repetitiebureau op, waar hij studenten in Gent en Leuven begeleidde in economische vakken. Anderzijds bleef hij verder werken aan de ontwikkeling van eigen econometrische modellen.
In de tweede helft van de jaren zeventig ontwikkelde hij het '303 x 303'-model, een complex econometrisch systeem dat de beurskoersen kon voorspellen door chaos-theorie te combineren met differentiaalvergelijkingen. Met dit model waarschuwde hij eind jaren zeventig voor een aanstaande structurele crisis in Belgiƫ en Nederland, met werkloosheidscijfers die tegen 1985 tot boven een half miljoen zouden oplopen. Deze voorspelling bleek later grotendeels correct.
Begin jaren tachtig richtte hij Moneytron op, een bedrijf dat beursanalyses deed op basis van geavanceerde computermodellen. Het idee was om markttendensen te voorspellen door zoveel mogelijk factoren in rekening te brengen. Moneytron trok verschillende experts aan en groeide uit tot een aanzienlijk financieel succes.
De financiƫle middelen die dit genereerde, stelden Van Rossem in staat om te investeren in diverse projecten en een opvallende levensstijl te ontwikkelen, waaronder een uitgebreide collectie Ferrari's, een luxueus motorjacht en de korte maar memorabele deelname aan de Formule 1 in 1989 als eigenaar van het Onyx Grand Prix-team.
In 1991 nam Van Rossem een nieuwe wending in zijn carriĆØre met de oprichting van de politieke partij R.O.S.S.E.M., een acroniem voor 'Radicale Omvormers en Sociale Strijders voor een Eerlijker Maatschappij'. De partij profileerde zich als anti-establishment en libertijns.
Bij de parlementsverkiezingen van 24 november 1991, die in Belgiƫ bekend zouden worden als 'Zwarte Zondag' vanwege de opkomst van het Vlaams Blok, behaalde R.O.S.S.E.M. een onverwachte 3,2% van de stemmen, goed voor drie zetels in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, en een zetel in de senaat. Van Rossem zelf werd verkozen als parlementslid.
Gedurende zijn parlementaire loopbaan (1991-1995) diende Van Rossem duizenden parlementaire vragen in en werkte hij aan voorstellen die gericht waren op wetssimplificatie en het beheersen van de staatsschuld.
Na zijn politieke periode ontwikkelde Van Rossem zich tot een veelgevraagd commentator en auteur. Hij publiceerde verschillende boeken over economie, politiek en maatschappij. Zijn 'Gevangenisboek', waarin hij zijn ervaringen tijdens zijn detentie verwerkte, werd in 1999 bekroond met de Humo-prijs voor beste serie. Hij bleef colleges en lezingen geven, en trad regelmatig op in televisieprogramma's.
In het jaar 2009 probeerde hij zijn politieke project nieuw leven in te blazen, eerst onder de naam ROSSEM en later na de verkiezingen van 2014 via de kortstondige libertijnse beweging Anderz. Deze initiatieven haalden echter niet meer het succes van begin jaren negentig. Desalniettemin bleef hij tot het einde politiek en economisch commentaar leveren.
Jean-Pierre Van Rossem overleed op 14 december 2018 in het UZ Jette te Brussel, op 73-jarige leeftijd. Zijn overlijden kreeg ruime aandacht in de Belgische media, waarbij zijn veelzijdige levensverhaal uitvoerig werd herdacht.
Zijn intellectuele erfenis is complex en veelzijdig. Enerzijds blijft hij herinnerd als een econoom met scherpe analytische capaciteiten en een voorliefde voor econometrische modellen. Anderzijds wordt hij gezien als een politieke provocateur die het Belgische establishment uitdaagde. Zijn leven illustreert de spanning tussen intellectuele ambitie en publieke perceptie, tussen academische diepgang en mediagenieke uitstraling.
